‘We praten wat over koetjes en kalfjes, een feest’

‘We praten wat over koetjes en kalfjes, een feest’

“We zijn in een enorme rotzooi terechtgekomen. Het hoogtepunt van de week is wanneer Maarten de boodschappen komt brengen.” Aan het woord is Gerrit Truggelaar (73) die aan het begin van de coronacrisis op vrijwilligersorganisatie Serve the City stuitte. Dat betekent twee keer per week boodschappen aan huis en alledaagse praatjes van grote waarde. 

In het begin van de coronacrisis hoorde meneer Truggelaar op Radio Utrecht over Serve the City waarbij jongeren zich vrijwillig inzetten voor kwetsbare ouderen. Hij herinnerde zich vooral de naam van de student die aan het woord kwam. “Maarten. Hij is net weg. Hij heeft boodschappen gebracht. We hebben even voor het huis in de schaduw gezeten, een babbeltje gemaakt. Het is heel fijn om tegen iemand aan te kunnen kletsen. Het gaat goed tussen mijn vrouw en mij hoor, maar na bijna 50 jaar huwelijk is het ook prettig om daarnaast iemand anders te spreken!”

Interesse in ouderen

Politiek, taal, geschiedenis, het weer; het komt allemaal voorbij tijdens de gesprekken in de tuin. “Mijn woordkeuze en zinsbouw zijn anders dan die van jonge mensen. Ik gebruik woorden waarvan Maarten wel eens zegt: wat betekent dat? Zoals chauvinisme. Daar hebben we het dan over. We hebben het ook over het nieuws. Hij is geïnteresseerd in hoe ouderen naar de wereld kijken.”

'Het is zo mooi om te zien hoe jongeren die tijd over hebben, zich graag willen inzetten voor anderen.'

Mensen zoals meneer Truggelaar met een klein sociaal netwerk staan centraal in dit project waarbij oudere en kwetsbare mensen tijdens de coronacrisis worden gekoppeld aan jonge vrijwilligers. Het project wordt ondersteund door het Oranje Fonds.

Normaal gaat het bij Serve the City om praktische klussen en vooral persoonlijk contact met een brede groep Utrechters die weinig netwerk en financiële middelen hebben, en niet per se om kaartjes sturen, bellen en boodschappen doen voor ouderen, vertelt Hanna Vonk van de organisatie. “Maar het is zo mooi om te zien hoe jongeren die tijd over hebben, zich graag willen inzetten voor anderen. In de eerste zes weken van de crisis kregen we er 250 vrijwilligers bij. In 2019 waren dat er in totaal 400.”

Kleinkinderen knuffelen

Maarten kwam als geroepen die dag in maart, bijna drie maanden geleden. “Wij hadden dit echt wel nodig. Ik ben 73 en heb sinds mijn 35ste suikerziekte”, zegt meneer Truggelaar. “Mijn vrouw is 69 en heeft slecht functionerende nieren en Parkinson. Ze kan nauwelijks meer lopen. We zitten in zelfquarantaine. Dat betekent dat ik al tien weken mijn kleinkinderen van 9, 8 en 5 niet heb mogen knuffelen. Voorheen haalden we ze twee keer in de week uit school en brachten ze de middag bij ons door. Mijn zoons kwamen ze dan halen en aten een hapje mee. Dat mis ik zo.”

Dat zijn zoons de boodschappen zouden brengen, was geen optie. “Ze zijn ondernemer, dus ze hebben hier helemaal geen tijd voor.” Zelf was het ook niet gelukt. ‘Ik heb geprobeerd de supermarkt te bellen, maar er was een wachttijd van drie weken. Bovendien moet je goed met een computer kunnen omgaan. Mijn buren zijn leuk en aardig, maar ik ben het niet gewend om hulp te vragen. Ik ben ook altijd zelfstandig ondernemer geweest.” Waarom hij dan gelijk belde toen het telefoonnummer van Serve the City op de radio kwam? “Een kat in nood maakt rare sprongen. Ik dacht: misschien is dit een oplossing.”

Het bleek meer dan een oplossing. “Ik kijk er elke keer naar uit. We missen onze kleinkinderen enorm, maar twee keer per week praat ik met Maarten over koetjes en kalfjes. En dat is ook een feest.”

Meer weten over de mensen achter het project?
Lees het verhaal Bellen blazen in tijden van corona.